Kunnen we niet afspreken dat docenten bij een inspectiebezoek ook beoordeeld worden op hun ICT-vaardigheden? Op deze vraag kregen we vandaag van de MBO-inspecteurs, die de hele dag te gast waren bij Kennisnet, nog geen antwoord. Wel voerden we interessante discussies, deelden ervaringen en inspireerden elkaar.
De inspectie ziet onder andere toe op de kwaliteit van het leraarschap. Wanneer zij een opleiding beoordelen kijken ze of de docenten didactisch onderlegd zijn en goede lessen kunnen verzorgen. Ook wordt er gekeken of docenten ruimte krijgen om zich te professionaliseren en dit ook doen.
Interessante raakvlakken met de kerntaken van het 'kader ict-bekwaamheid voor leraren':
- Pedagogisch didactisch handelen
- Werken in de schoolcontext
- Professionele ontwikkeling
De vraag is of een goede docent nog zonder ICT kan. Als je het aan mij vraagt zou ik zeggen van niet. We weten dat ict, mits ingezet op de juiste manier, veel rendement kan opleveren. Een goede docent gaat daarom op zoek naar deze mogelijkheden. Daarnaast heeft hij ict nodig om vakbekwaam te blijven. Hij zoekt op internet informatie en legt contacten met vakgenoten.
Hoewel het bij een beoordeling van de inspectie niet om het 'hoe' gaat en zij docenten die zonder ict goede lessen kunnen verzorgen geen onvoldoende zullen geven, zijn ze vandaag wel geïnspireerd en aan het denken gezet. Ze hebben praktijkvoorbeelden gezien, kennis gemaakt met 'learning analytics' en gingen aan de slag met QR-codes, de surface table, iPads, Augmented Reality, de 3D printer en zelfs met robots.
De wereld verandert, het onderwijs verandert en daarmee zal ook het toezicht door de inspectie veranderen. Op welke manier dit laatste gaat gebeuren is nog niet duidelijk. Het is wel duidelijk dat de interesse verder is aangewakkerd. Bij het doorontwikkelen en implementeren van het kader ict-bekwaamheid zullen we dan ook zeker de inspectie vragen om hierover mee te denken.
woensdag 6 maart 2013
dinsdag 26 februari 2013
De wereld achter aan- en afwezigheidsregistratie
Deze week kwam ik het een paar keer tegen, het belang van ICT bekwaamheid in het secundaire proces. Veel instellingen hebben prachtige systemen ingericht; onder ander een ELO, leerlingvolgsysteem, managementdashboard, portal, teamsites en een systeem voor aan- en afwezigheidsregistratie.
Maar de vraag is natuurlijk of deze systemen goed worden ingezet. Of ze gebruikt worden waar ze voor bedoeld zijn. Helaas levert dit in veel gevallen geen positief antwoord op. Een belangrijke reden daarvan wordt gezocht in de ICT bekwaamheid van docenten. Met andere woorden, ze zijn niet in staat om met de verschillende systemen te werken en vermijden ze daarom.
Maar dat is niet de enige reden, zo bleek ook vandaag weer. Samen met een team Verzorging en Verplegingvan een ROC gingen mijn collega en ik aan de slag met het proces van aan- en afwezigheidsregistratie.
Tijdens de bijeenkomst vertelt de manager Bedrijfs- en cursistenadministratie over de externe relevantie. Het wettelijke kader. Geen bekostiging voor een student die teveel ongeoorloofd verzuimt (dit gaat om duizenden euro's per student), de verplichting van de 16 uurs melding (16 uur verzuim in 4 weken) en het langdurig verzuim (langer dan 4 weken aaneengesloten) dat eveneens gemeld moet worden aan DUO. En natuurlijk de 850 urennorm waar de instelling aan moet voldoen.
Daarnaast is er de interne relevantie, toegelicht door een docent. Studenten die ongeoorloofd verzuimen missen belangrijke lessen waarin theorie en praktijk worden aangeleerd. Ze missen informatie, worden als minder betrouwbaar gezien door medestudenten, geven een slecht voorbeeld en verstoren hun eigen leerproces en ook dat van anderen. Dit zijn slechts een paar nadelige gevolgen van verzuim, er werden er nog meer genoemd.
Vaak is er een reden voor dit verzuim. Het is belangrijk om deze reden zo snel mogelijk te achterhalen en te kijken welke ondersteuning geboden kan worden.
Reden genoeg om de aan- en afwezigheidsregistratie heel serieus te nemen zou je zeggen. Toch is dat binnen het teamVerzorging en Verpleging, in ieder geval tot vandaag, niet het geval. Veel docenten zien het als een vervelend klusje dat veel tijd kost. Ook zijn er praktische problemen; studenten vergeten bijvoorbeeld regelmatig hun pas waarmee ze zich moeten aanmelden.
Resultaat van de bijeenkomst van vandaag, die onderdeel uitmaakt van een project omtrent stuurinformatie, is dat docenten zich bewust zijn van het belang van een goede registratie. Of zoals een docent het mooi verwoordde; "Nu ik weet dat er zo'n wereld schuil gaat achter de aan- en afwezigheidsregistratie, ga ik er veel beter m'n best voor doen!"
Deze intrinsieke motivatie is naar mijn idee een voorwaarde om aan de slag te gaan. Dan zal de instructie die gegeven wordt ook landen. Dan gaan docenten van elkaar leren en elkaar er op aanspreken als het niet goed gaat. En dan verschuilt niemand zich meer achter het excuus dat hij niet met de systemen kan werken.
Maar de vraag is natuurlijk of deze systemen goed worden ingezet. Of ze gebruikt worden waar ze voor bedoeld zijn. Helaas levert dit in veel gevallen geen positief antwoord op. Een belangrijke reden daarvan wordt gezocht in de ICT bekwaamheid van docenten. Met andere woorden, ze zijn niet in staat om met de verschillende systemen te werken en vermijden ze daarom.
Maar dat is niet de enige reden, zo bleek ook vandaag weer. Samen met een team Verzorging en Verplegingvan een ROC gingen mijn collega en ik aan de slag met het proces van aan- en afwezigheidsregistratie.
Tijdens de bijeenkomst vertelt de manager Bedrijfs- en cursistenadministratie over de externe relevantie. Het wettelijke kader. Geen bekostiging voor een student die teveel ongeoorloofd verzuimt (dit gaat om duizenden euro's per student), de verplichting van de 16 uurs melding (16 uur verzuim in 4 weken) en het langdurig verzuim (langer dan 4 weken aaneengesloten) dat eveneens gemeld moet worden aan DUO. En natuurlijk de 850 urennorm waar de instelling aan moet voldoen.
Daarnaast is er de interne relevantie, toegelicht door een docent. Studenten die ongeoorloofd verzuimen missen belangrijke lessen waarin theorie en praktijk worden aangeleerd. Ze missen informatie, worden als minder betrouwbaar gezien door medestudenten, geven een slecht voorbeeld en verstoren hun eigen leerproces en ook dat van anderen. Dit zijn slechts een paar nadelige gevolgen van verzuim, er werden er nog meer genoemd.
Vaak is er een reden voor dit verzuim. Het is belangrijk om deze reden zo snel mogelijk te achterhalen en te kijken welke ondersteuning geboden kan worden.
Reden genoeg om de aan- en afwezigheidsregistratie heel serieus te nemen zou je zeggen. Toch is dat binnen het teamVerzorging en Verpleging, in ieder geval tot vandaag, niet het geval. Veel docenten zien het als een vervelend klusje dat veel tijd kost. Ook zijn er praktische problemen; studenten vergeten bijvoorbeeld regelmatig hun pas waarmee ze zich moeten aanmelden.
Resultaat van de bijeenkomst van vandaag, die onderdeel uitmaakt van een project omtrent stuurinformatie, is dat docenten zich bewust zijn van het belang van een goede registratie. Of zoals een docent het mooi verwoordde; "Nu ik weet dat er zo'n wereld schuil gaat achter de aan- en afwezigheidsregistratie, ga ik er veel beter m'n best voor doen!"
Deze intrinsieke motivatie is naar mijn idee een voorwaarde om aan de slag te gaan. Dan zal de instructie die gegeven wordt ook landen. Dan gaan docenten van elkaar leren en elkaar er op aanspreken als het niet goed gaat. En dan verschuilt niemand zich meer achter het excuus dat hij niet met de systemen kan werken.
zondag 24 februari 2013
Dromen over onderwijs met ict
Wat is het soms heerlijk om weg te dromen. Wat als... je de loterij wint, je opeens 5 weken vakantie hebt of je een wens mag doen die direct uitkomt. Misschien kost het een paar minuten bedenktijd, maar iedereen weet wel wat hij zou doen.
Moeilijker blijkt de vraag 'Als jij je droom kon waarmaken, hoe zou ICT in het onderwijs er dan uitzien?'
In de LinkedIn groep (Ict bekwaamheid leraren) waar deze vraag gesteld werd zie ik slechts drie reacties. Voorzichtige reacties naar mijn idee, 'alle leerlingen een device, meer ICT gebruiken in de les en alle docenten ICT-vaardig'.
Mijn collega Eric Bulters droomt in zijn blog (http://mbo.kennisnet.nl/2013/02/dromen-worden-waar-met-ict/) iets verder. Als ouder kan hij online volgen wat zijn kinderen aan vorderingen maken en hoe hij ze thuis kan ondersteunen. Ook maakt het onderwijs optimaal gebruik van ICT om te differentiëren in tempo, leerstijl en niveau.
In mijn droom is het onderwijs compleet veranderd. De school is niet meer een gebouw met klaslokalen. Leren gebeurt overal, ook bijvoorbeeld thuis, bij een vereniging of een bedrijf. ICT maakt het mogelijk dat leercoaches intensief contact hebben met studenten en dat alle betrokkenen bij het leerproces hun feedback kunnen geven. Een persoonlijk digitaal leerplan zorgt ervoor dat de student precies weet wat hij al geleerd heeft en nog moet leren. De manier waarop bepaalt hij voor een groot deel zelf. Uiteraard is er ook veel aandacht voor de sociale kant van het onderwijs. Er is een basisgroep waar de student bijhoort. De groep komt vaak bij elkaar en deelt daarnaast ervaringen en informatie met elkaar via sociale media. Tijdens de instructies die de leercoaches verzorgen wordt ICT optimaal ingezet om de lesstof te verrijken en de buitenwereld naar binnen te halen.
Voor een deel zie ik mijn droom terug in het Big Picture Learning concept. Eind april ga ik een aantal scholen in de VS bezoeken die dit concept hebben omarmd en uitvoeren (http://www.kpcgroep.nl/kpc-groep/diensten-abc/big-picture/bpl-studiereizen.aspx). Erg benieuwd ben ik naar de wijze waarop zij ICT inzetten én over welke vaardigheden de docenten die op de scholen werkzaam zijn moeten beschikken.
Het antwoord hoop ik over een paar weken te weten te komen. En uiteraard zal ik mijn bevindingen delen via dit blog.
Wordt vervolgd!
Moeilijker blijkt de vraag 'Als jij je droom kon waarmaken, hoe zou ICT in het onderwijs er dan uitzien?'
In de LinkedIn groep (Ict bekwaamheid leraren) waar deze vraag gesteld werd zie ik slechts drie reacties. Voorzichtige reacties naar mijn idee, 'alle leerlingen een device, meer ICT gebruiken in de les en alle docenten ICT-vaardig'.
Mijn collega Eric Bulters droomt in zijn blog (http://mbo.kennisnet.nl/2013/02/dromen-worden-waar-met-ict/) iets verder. Als ouder kan hij online volgen wat zijn kinderen aan vorderingen maken en hoe hij ze thuis kan ondersteunen. Ook maakt het onderwijs optimaal gebruik van ICT om te differentiëren in tempo, leerstijl en niveau.
In mijn droom is het onderwijs compleet veranderd. De school is niet meer een gebouw met klaslokalen. Leren gebeurt overal, ook bijvoorbeeld thuis, bij een vereniging of een bedrijf. ICT maakt het mogelijk dat leercoaches intensief contact hebben met studenten en dat alle betrokkenen bij het leerproces hun feedback kunnen geven. Een persoonlijk digitaal leerplan zorgt ervoor dat de student precies weet wat hij al geleerd heeft en nog moet leren. De manier waarop bepaalt hij voor een groot deel zelf. Uiteraard is er ook veel aandacht voor de sociale kant van het onderwijs. Er is een basisgroep waar de student bijhoort. De groep komt vaak bij elkaar en deelt daarnaast ervaringen en informatie met elkaar via sociale media. Tijdens de instructies die de leercoaches verzorgen wordt ICT optimaal ingezet om de lesstof te verrijken en de buitenwereld naar binnen te halen.
Voor een deel zie ik mijn droom terug in het Big Picture Learning concept. Eind april ga ik een aantal scholen in de VS bezoeken die dit concept hebben omarmd en uitvoeren (http://www.kpcgroep.nl/kpc-groep/diensten-abc/big-picture/bpl-studiereizen.aspx). Erg benieuwd ben ik naar de wijze waarop zij ICT inzetten én over welke vaardigheden de docenten die op de scholen werkzaam zijn moeten beschikken.
Het antwoord hoop ik over een paar weken te weten te komen. En uiteraard zal ik mijn bevindingen delen via dit blog.
Wordt vervolgd!
dinsdag 19 februari 2013
Concreet aan de slag met het 'Kader ICT-bekwaamheid'
Professionalisering staat hoog op de agenda van de mbo-instellingen. Om verschillende redenen is het tijd om nu echt te gaan profiteren van de mogelijkheden die ict kan bieden. In het primaire proces en ook in het secundaire proces.
Inmiddels zijn alle docenten wel in staat om digitaal de aan- en afwezigheid te registeren, eenvoudig gebruik maken van de ELO gaat ook in de meeste gevallen wel en er worden massaal filmpjes van YouTube getoond in de les. Maar echt rendement halen uit de ict-investeringen en daarmee het onderwijs efficiënter en aantrekkelijk maken gaat verder dan dat.
Weten wat wel en wat niet werkt, daar gaat het om. Welke middelen zet je als docent in voor welke lesvoorbereidingen, lesinhoud en werkvormen. En dan natuurlijk ook nog weten op welke manier je ze optimaal gebruikt.
Het 'Kader ICT-bekwaamheid voor leraren' dat Kennisnet in samenwerking met partners heeft ontwikkeld biedt richtlijnen; http://www.kennisnet.nl/themas/ict-bekwaamheid/het-kader/het-kader-uitgelegd/. Maar de vraag is of het concreet genoeg is voor mbo-instellingen om er mee aan de slag te gaan.
Om deze vraag te beantwoorden start ik twee pilots. Bij twee mbo-instellingen ga ik samen met onder andere de manager HRM, Onderwijsmanager, Informatiemanager en de MBO-academie kijken op welke manier we het kader kunnen vertalen en ICT-bekwaamheid een plek kunnen geven in de organisatie.
Bij één ROC meldde één van de projectleden trots dat er commitment is bereikt over het feit dat alle docenten minimaal 60 uur moeten besteden aan scholing. Een deel daarvan kan ingevuld worden met scholing op het gebied van ICT-bekwaamheid. Een ander projectlid begreep het enthousiasme en de opgewektheid niet. Dit is een teruggang want in de CAO staat dat 10% van de werktijd van een docent aan scholing besteed mag worden. En dat is dus (bij een fulltime dienstverband) meer dan 60 uur.
Toch is het naar mijn idee goed dat er binnen de instelling gesproken is over het aantal uren en dat leidinggevenden in ieder geval afgerekend gaan worden op de verplichte 60 uur scholing. Het is een begin. Op naar de 10% met daarbij de juiste invulling voor wat betreft de ICT-competenties.
Inmiddels zijn alle docenten wel in staat om digitaal de aan- en afwezigheid te registeren, eenvoudig gebruik maken van de ELO gaat ook in de meeste gevallen wel en er worden massaal filmpjes van YouTube getoond in de les. Maar echt rendement halen uit de ict-investeringen en daarmee het onderwijs efficiënter en aantrekkelijk maken gaat verder dan dat.
Weten wat wel en wat niet werkt, daar gaat het om. Welke middelen zet je als docent in voor welke lesvoorbereidingen, lesinhoud en werkvormen. En dan natuurlijk ook nog weten op welke manier je ze optimaal gebruikt.
Het 'Kader ICT-bekwaamheid voor leraren' dat Kennisnet in samenwerking met partners heeft ontwikkeld biedt richtlijnen; http://www.kennisnet.nl/themas/ict-bekwaamheid/het-kader/het-kader-uitgelegd/. Maar de vraag is of het concreet genoeg is voor mbo-instellingen om er mee aan de slag te gaan.
Om deze vraag te beantwoorden start ik twee pilots. Bij twee mbo-instellingen ga ik samen met onder andere de manager HRM, Onderwijsmanager, Informatiemanager en de MBO-academie kijken op welke manier we het kader kunnen vertalen en ICT-bekwaamheid een plek kunnen geven in de organisatie.
Bij één ROC meldde één van de projectleden trots dat er commitment is bereikt over het feit dat alle docenten minimaal 60 uur moeten besteden aan scholing. Een deel daarvan kan ingevuld worden met scholing op het gebied van ICT-bekwaamheid. Een ander projectlid begreep het enthousiasme en de opgewektheid niet. Dit is een teruggang want in de CAO staat dat 10% van de werktijd van een docent aan scholing besteed mag worden. En dat is dus (bij een fulltime dienstverband) meer dan 60 uur.
Toch is het naar mijn idee goed dat er binnen de instelling gesproken is over het aantal uren en dat leidinggevenden in ieder geval afgerekend gaan worden op de verplichte 60 uur scholing. Het is een begin. Op naar de 10% met daarbij de juiste invulling voor wat betreft de ICT-competenties.
donderdag 14 februari 2013
Uitdaging 8: Geen urgentiebesef
Informatie zoeken op internet, online solliciteren, e-mailen, chatten en twitteren. Ict is op steeds meer manieren geïntegreerd in onze samenleving.
Uit onderzoek blijkt dat de juiste inzet van ict in het onderwijs ervoor zorgt dat:
In het primaire proces:
En daarnaast kan ict helpen om het onderwijs te verbeteren. Dat is bewezen en er zijn docenten die hier al een tijd van profiteren.
Je werkzaamheden op een andere manier gaan doen dan je gewend bent kost tijd. Je moet je kwetsbaar opstellen, nieuwe dingen leren, fouten maken, hulp vragen, ... Een hele investering dus. Maar als je als docent weet dat je er uiteindelijk veel gemak van hebt en dat je beter onderwijs kunt verzorgen dat beter aansluit op de doelgroep en de beroepspraktijk waar zij terecht komen, dan wil je deze investering toch aangaan?
Groep 8 van de Kennisnetambassadeurs die discusieerden rondom deze uitdaging schreven drie tips op en een conclusie:
Uit onderzoek blijkt dat de juiste inzet van ict in het onderwijs ervoor zorgt dat:
In het primaire proces:
- de motivatie toeneemt.
- de leerprestaties verbeteren.
- het leerproces efficiënter wordt.
- tijdsbesparing: door bepaalde taken te automatiseren en gegevens opnieuw te gebruiken.
- verbeterde transparantie: meer inzicht in de prestaties van leerlingen, leraren en de instelling zelf.
- betere sturing: door de verbeterde transparantie meer mogelijkheden om middelen effectief in te zetten.
- hogere professionaliteit: ict als medium en als hulpmiddel voor professionale ontwikkeling van het personeel.
En daarnaast kan ict helpen om het onderwijs te verbeteren. Dat is bewezen en er zijn docenten die hier al een tijd van profiteren.
Je werkzaamheden op een andere manier gaan doen dan je gewend bent kost tijd. Je moet je kwetsbaar opstellen, nieuwe dingen leren, fouten maken, hulp vragen, ... Een hele investering dus. Maar als je als docent weet dat je er uiteindelijk veel gemak van hebt en dat je beter onderwijs kunt verzorgen dat beter aansluit op de doelgroep en de beroepspraktijk waar zij terecht komen, dan wil je deze investering toch aangaan?
Groep 8 van de Kennisnetambassadeurs die discusieerden rondom deze uitdaging schreven drie tips op en een conclusie:
woensdag 13 februari 2013
Uitdaging 7: Draagvlak vanuit MT
Vandaag sprak ik een bestuurder van een AOC over professionalisering op ICT-competentie. Hij had een duidelijke visie, ICT moet differentiëren in het onderwijs mogelijk maken. En daarbij gaf hij aan dat er jaarlijks zo'n 4% van de omzet wordt geïnvesteerd in ICT middelen. Deze investeringen moeten wel rendement opleveren.
Deze bestuurder is ervan overtuigd dat het inventariseren welke compententies docenten missen en hierop acteren van groot belang is. Vandaar dat hij zich er hard voor maakt dat er afspraken komen om ICT-vaardigheden op te nemen in de HR-cyclus. En daarbij gaf hij aan dat hij het erg belangrijk vindt dat docenten en managers zien dat ICT kan bijdragen aan het realiseren van de visie en missie van de onderwijsinstelling. Goed onderwijs voor alle studenten, hoe divers ze ook zijn.
Differentiëren staat dus hoog in het vaandel en ICT maakt dat mede mogelijk.
Groep 7 van de Kennisnetambassadeurs die deze uitdaging aangingen schreven drie dingen op de flap:
- Efficiëntie aantonen
- Rendement halen uit investeringen door het opleiden te organiseren
- Samenwerken verhoogt kwaliteit (lesstof) en levert tijdwinst op
Deze bestuurder is ervan overtuigd dat het inventariseren welke compententies docenten missen en hierop acteren van groot belang is. Vandaar dat hij zich er hard voor maakt dat er afspraken komen om ICT-vaardigheden op te nemen in de HR-cyclus. En daarbij gaf hij aan dat hij het erg belangrijk vindt dat docenten en managers zien dat ICT kan bijdragen aan het realiseren van de visie en missie van de onderwijsinstelling. Goed onderwijs voor alle studenten, hoe divers ze ook zijn.
Differentiëren staat dus hoog in het vaandel en ICT maakt dat mede mogelijk.
Groep 7 van de Kennisnetambassadeurs die deze uitdaging aangingen schreven drie dingen op de flap:
- Efficiëntie aantonen
- Rendement halen uit investeringen door het opleiden te organiseren
- Samenwerken verhoogt kwaliteit (lesstof) en levert tijdwinst op
Uitdaging 6: Autonomie van docenten
Wil je een beroep waarin je zelf aan het stuur staat, zelf bepaalt op welke manier je het doet en je creativiteit volop kunt benutten? Word dan docent!
In opdracht van de MBO-raad is een paar jaar geleden een onderzoek uitgevoerd naar professionaliteit in het MBO. Onderstaand figuur is één van de conclusies die daaruit naar voren kwam. De professional staat in het midden met daarom heen de partijen die mogelijk invloed hebben (cliënten macht, werkgever / manager, branche conventies, handelingsregels, permanente educatie).
Hieruit blijkt duidelijk de autonomie van de docent, zijn gele bol wordt nauwelijks geraakt.
Veel ruimte dus voor de docent. Maar is dit wat een goede docent ook echt wil. Of zoekt hij zelf de omgeving op en vraagt waar hij aan moet voldoen? En ontwikkelt hij zichzelf omdat hij anders geen goed onderwijs kan blijven verzorgen dat aansluit bij de doelgroep. En hoe zit het met de samenwerking tussen docenten? Laten we daarmee beginnen. Docenten stimuleren om veel meer met elkaar te delen, aan elkaar te vragen, bij elkaar in de klas te kijken en bijvoorbeeld samen lesmateriaal te ontwikkelen. Iets minder autonomie verrijkt het docentschap.
De kreten die groep 6 van de Kennisnetambassadeurs over deze uitdaging op de flap schreef:
In opdracht van de MBO-raad is een paar jaar geleden een onderzoek uitgevoerd naar professionaliteit in het MBO. Onderstaand figuur is één van de conclusies die daaruit naar voren kwam. De professional staat in het midden met daarom heen de partijen die mogelijk invloed hebben (cliënten macht, werkgever / manager, branche conventies, handelingsregels, permanente educatie).
Hieruit blijkt duidelijk de autonomie van de docent, zijn gele bol wordt nauwelijks geraakt.
Veel ruimte dus voor de docent. Maar is dit wat een goede docent ook echt wil. Of zoekt hij zelf de omgeving op en vraagt waar hij aan moet voldoen? En ontwikkelt hij zichzelf omdat hij anders geen goed onderwijs kan blijven verzorgen dat aansluit bij de doelgroep. En hoe zit het met de samenwerking tussen docenten? Laten we daarmee beginnen. Docenten stimuleren om veel meer met elkaar te delen, aan elkaar te vragen, bij elkaar in de klas te kijken en bijvoorbeeld samen lesmateriaal te ontwikkelen. Iets minder autonomie verrijkt het docentschap.
De kreten die groep 6 van de Kennisnetambassadeurs over deze uitdaging op de flap schreef:
Abonneren op:
Posts (Atom)


